Drenthe

De Prehistorie heeft in Drenthe tot ver in de middeleeuwen geduurd. Schriftelijke bronnen van voor de dertiende eeuw zijn zeer schaars.

Omvang en naam
Het middeleeuwse Drenthe kende niet dezelfde grenzen als de huidige provincie. De naam Drenthe verwijst naar drie samenwerkende delen, maar de oudst bekende indeling geeft zes dingspelen. Verondersteld wordt dat die zes zijn ontstaan uit drie oudere delen die door Blok worden aangeduid met Noordenveld, Westenveld en Zuidenveld. De windrichting verwijst daarbij naar de ligging van het betreffende veld ten opzichte van het Ellertsveld.
Tot het Noordenveld behoorde oorspronkelijk ook het Goorecht, het gebied rond de stad Groningen. Aangenomen wordt echter dat Karel de Grote dit al tot kroondomein heeft ingericht, waarmee het de facto buiten Drenthe kwam te liggen. In het zuiden hoorde Coevorden oorspronkelijk niet tot Drenthe, maar tot Salland. De stad zou echter wel een grote rol spelen in de middeleeuwse geschiedenis van de provincie, omdat de heer van Coevorden als kastelein lange tijd de vertegenwoordiger was van de landsheer.
Tot het Westenveld moet oorspronkelijk ook het gebied van de Stellingwerven hebben behoord. Hoe en wanneer deze zijn overgegaan naar Friesland is niet bekend.

Landsheer
Drenthe lag op de grens van het gebied van de Saksen en de Friezen. Onbekend is wanneer het tot het rijk van Karel de Grote is gaan behoren. Na de nederlaag van de Saksen tegen Karel de Grote (804) zal Drenthe zeker deel van het rijk geworden zijn. In de periode tot 1046 wordt Drenthe een aantal malen als graafschap in bronnen genoemd, waarbij de graaf veelal een buitenstaander is.
In 1024 wordt de bisschop van Utrecht voor het eerst begunstigd met het graafschap Drenthe. Die schenking werd pas in 1046 effectief toen keizer Hendrik III bisschop Bernold het graafschap overdroeg. Tot de tijd van keizer Karel V zou de bisschop van Utrecht landsheer van Drenthe blijven.

Kerstening
Van Willehad is bekend dat hij actief is geweest in Drenthe. Hij zou in 779 uit Humsterland zijn verdreven en toen naar Drenthe getrokken zijn waar hij velen zou hebben bekeerd. Een van de oudste bewaard gebleven oorkonden dateert uit 820, daarin is sprake van een schenking van land rond Ten Arlo aan het klooster Werden, hetgeen er op kan wijzen dat ook Liudger in Drenthe actief is geweest.
In hoeverre die predikers in Drenthe al kerken hebben gesticht is niet bekend. De oudste kerken van Drenthe zijn de zes kerken die in de hoofdplaatsen van de dingspellen zijn gesticht. Ten minste drie daarvan (Anloo, Emmen en Beilen) waren bekend als eigenkerk van de bisschop, hetgeen een aanwijzing kan zijn dat deze ook door de bisschop zijn gesticht, vermoedelijk ergens tussen 800 en 1000. De kerk van Vries was een eigenkerk van Werden, van Diever wordt aangenomen dat deze gesticht werd door de bisschop, van Rolde is de kerkheer onbekend.

Bestuur
Formeel heeft Drenthe in de Middeleeuwen steeds een landsheer gehad. Drenthe lag echter aan de rand van het Oversticht en was ook geen gewest waar voor de landsheer veel te verdienen viel. In de praktijk was Drenthe in deze periode dan ook vooral een verzameling van grotendeels zelfstandige dorpsgemeenschappen die zelfvoorzienend waren en slechts voor het hoognodige elkaars medewerking zochten.
Hoge middeleeuwen[bewerken]

Bisschop Otto II en zijn leger, vlak voor de slag bij Ane
De geschiedenis van Drenthe in de periode 1150-1400 wordt gedomineerd door de strijd tussen de kastelein (later ook aangeduid als burggraaf) van Coevorden en de bisschop. Hoogtepunt in deze strijd is de slag bij Ane in 1227.
De strijd om de macht

De Utrechtse bisschop was niet alleen geestelijk leidsman, hij heerste ook als wereldlijk heer over een aanzienlijk territorium. Drenthe lag aan het uiteinde van zijn gebieden. Om een grotere greep op de verderop gelegen gebieden te krijgen had bisschop Hartbert halverwege de twaalfde eeuw familieleden aangesteld als prefect in Groningen en Coevorden. Beide ambten werden daarbij erfelijk gemaakt, waardoor zowel in Groningen als in Coevorden een dynastie ontstond. De nazaten van de eerste prefecten, beiden broers van bisschop Hartbert, gedroegen zich allesbehalve als bisschoppelijke ambtenaren, zij streefden naar een eigen heerlijkheid.
Het gezag van de bisschop als landsheer in Drenthe was steeds zwak geweest.

Late middeleeuwen
Drenthe blijft lang een naar binnen gekeerd gewest. Aan het einde van de Middeleeuwen raakt het wel betrokken bij de grotere geschiedenis. In het begin van de zestiende eeuw verliest de bisschop zijn macht en wordt Drenthe na een intermezzo onder Karel van Gelre in 1536 deel van het Nederlandse Rijk van keizer Karel V, maar de Drenthen zelf merken weinig van die veranderingen.

Drenthe en de Opstand
De Nederlandse Opstand is vooral een strijd om steden, die waren er niet in Drenthe, zodat er binnen Drenthe geen veldslagen hebben plaatsgevonden. De Landschap had wel zwaar te lijden van de overlast van doortrekkende troepen.

Tussen twee vuren
De grieven die in Holland en andere gewesten tot de Opstand hadden geleid werden in Drenthe nauwelijks gevoeld. Van enige godsdienstige twist was in het gewest geen sprake, dat Filips II de Drentse vrijheden zou bedreigen werd ook niet ervaren.
Toen de Opstand uitbrak was er echter een fractie in Drenthe die daarin een mogelijkheid zag zijn invloed binnen het gewest te vergroten. De Ridderschap zag zichzelf als leidend in Drenthe, maar de eigengeërfden hadden een eigen positie voor de Riddermatigen steeds weten tegen te houden. Een aantal ridders sloten zich aan bij de Opstand en waren er mede voor verantwoordelijk dat de Landschap in 1580 alsnog de Unie van Utrecht ondertekende.