Friesland

Versterkte buitenplaatsen in Friesland

Sommige families in het terpen- en wierdenland van Friesland en Groningen, maar ook in de omringende streken en landen, waren succesvol in het vergaren van land, macht en rijkdom. Vaak waren zij het ook die goede banden met de machthebbers van het moment onderhielden. Als dergelijke families eenmaal een sterke positie in de maatschappij hadden verkregen, dan wisten ze die meestal generaties lang te behouden.
In het terpen- en wierdenland veranderden de boerderijen van welvarende boeren in steenhuizen. Steenhuizen waren boerderijen die, net als de kloosters en kerken, waren gebouwd van gebakken steen. Dikke muren en kleine ramen zorgden ervoor dat de bewoners goed beschermd werden tegen agressie van anderen. Vaak waren de steenhuizen hoger dan de gewone boerderijen en bevond het woongedeelte zich op een hogere verdieping, terwijl de onderste verdieping werd gebruikt voor de opslag van goederen.

Niet alle steenhuizen hadden zo’n verdieping. Van de oude pastorie in Warffum bijvoorbeeld, was het bewoonde gedeelte op de begane grond. De bescherming moest daar van de dikke muren komen.
In sommige gevallen groef men rond een steenhuis een gracht om het indringers nog moeilijker te maken het huis te benaderen. Daarmee lijken dergelijke huizen nu vaak op kleine kastelen. De steenhuizen werden vaak vergroot met extra vertrekken en bijgebouwen, zoals stallen. Het waren immers boven alles boerderijen. De meeste grote versterkte boerderijen, omringd door een gracht, die we in Friesland ‘stinzen’ en ‘states’ noemen en in Groningen ‘borgen’ zijn ooit als het steenhuis van een belangrijke en welvarende familie begonnen.
Toen er krachtiger wapens, zoals kanonnen, werden uitgevonden, konden dikke muren van baksteen niet veel bescherming meer bieden. De meeste borgen, stinzen en states veranderden in de loop van de 17de eeuw opnieuw. In plaats van bescherming te bieden lieten ze in die tijd vooral zien hoe welgesteld de bewoners waren. De kleine vensters werden vergroot en rond de huizen werden mooie boomgaarden en siertuinen aangelegd. In de 18de eeuw bereikt de pronkerigheid van borgen, states en stinzen een hoogtepunt.
Veel families behielden door onderlinge huwelijken hun invloed, macht en rijkdom, maar er ontstond een probleem. Sommige families hadden nu niet één, maar meerdere borgen in bezit. Dat was kostbaar. Tegen het eind van de 18de eeuw en in de 19de eeuw werd hun invloed bovendien beperkt en hun inkomstenbronnen werden minder.

De borgen, states en stinzen waren vanaf dat moment geen statussymbool meer, maar een blok aan het been. Veel van deze statige huizen werden daarom afgebroken. Ze werden ‘op afbraak verkocht’; dat wil zeggen dat er een veiling werd georganiseerd waar men bouwmaterialen, bomen, gereedschappen, meubels en andere zaken kon kopen. Zo werden deze statige huizen gerecycled.
Veel borgen, states en stinzen zijn verdwenen. Steenhuizen in hun oorspronkelijke staat zijn ook zeer zeldzaam. De Schierstins in Friesland is een mooi voorbeeld van een stins, maar ook het steenhuis van Bunderhee, vlak over de grens bij Bad Nieuweschans is vrijwel nog in oorspronkelijke staat te bewonderen. Hier en daar kun je nog wel resten van steenhuizen vinden in gebouwen die in de loop der eeuwen sterk zijn veranderd, zoals de pastorie in Warffum en de Camstrastaete in Firdgum.